En dat gebeurt vooral in Napels, waar de kerstkribbe altijd een waar cultusobject is geweest. Zozeer zelfs dat toen Eduardo de Filippo in 1930 de beroemde komedie “Kerst in huis Cupiello” schreef, hij juist de kerstkribbe gebruikte om de diepste volks traditie weer te geven en zo de passie bij zijn publiek aan te wakkeren.
Natuurlijk was de première in het Kursaal theater een enorm succes, en vanaf dat moment is de zin “Nennillo, vind je de kerstkribbe leuk?” historisch geworden.
Vandaag de dag, net als toen, mag de kerstkribbe tijdens de kerstperiode in geen enkel Napolitaans huis ontbreken, of het nu een rijk en aristocratisch of arm en ongelukkig huis is. Gemaakt van kurk, met gras en herders, met het herbergje, de drie koningen en de grot van het Christuskind. En soms, zoals Eduardo zelf voorstelde, met “de enteroklisme achter om het water van het fonteinnetje aan te vullen”.
De sfeer die de gebeurtenis van de geboorte van Jezus nabootst, is weelderig, overvloedig. Maar ook het moeilijke en arme dagelijkse leven, vol ontberingen en armoede, wordt in de kerstkribbe weergegeven. Zo ontstaat er een decor dat zo dicht bij de realiteit ligt dat het zowel armen als rijken weet te raken. De eersten beleven de Geboorte als de enige kans om hun arme bestaan te verbeteren. De laatsten projecteren hun weelde in het Heilig Toneel, in de hoop zo een plaats in de hemel te verdienen.
San Gregorio Armeno, kerstkribbe van Napels
Napels en Spaccanapoli zijn tegenwoordig de onbetwiste thuisbasis van de productie van kerstfiguren. Elk jaar stromen duizenden mensen samen in het bekendste straatje van het historische centrum, Via San Gregorio Armeno, ook beroemd vanwege de mooie kerk van San Liguoro, die misschien wel het ultieme voorbeeld is van de Napolitaanse barok. In dit steegje concentreert zich de gehele ambachtelijke Napolitaanse productie van kerstfiguren en kerstkribben. In tientallen werkplaatsen strijden ambachtslieden en kunstenaars met hun beeldjes om een belangrijke plek op de markt voor kleine sculpturen te veroveren. De afgebeelde personages zijn vrijwel altijd hetzelfde: het Christuskind, Maria en Jozef, de drie koningen, de wassersvrouw, de herbergier, de muzikanten, de kruidenier, de kreupele en de bedelaar, de zigeunerin, de slager en de slijper. Niemand heeft een naam, behalve “Benino”, die de herder is die naast zijn kudde slaapt.

