Het vlees is er natuurlijk, maar wordt in hele kleine stukjes gesneden en samen met paprika en groenten gekookt, totdat het een dikke en voedzame soep wordt, nuttig om de strenge temperaturen van de Hongaarse steppewinters te overwinnen.
Langs de Gulyasroute ontbreken steden en dorpen met historische en culturele betekenis niet.
Zoals Kecskemet, de grootste stad van de puszta, waarvan het hoofdplein een openluchtmuseum is, helemaal gewijd aan de Balkan Art Nouveau stijl. Of Debrecen, ooit de grootste veemarkt van het land en tegenwoordig de tweede stad van Hongarije qua inwoners.
Of Szeged, een universiteits- en intellectuele stad, ook wel het kleine Boedapest genoemd, met een historisch centrum vol paleizen, fonteinen en monumenten, die bij zonsondergang een magische wandeling bieden tussen de verlichte lantaarns.

