Het is inmiddels vastgesteld dat Castel d’Asso gelijkstaat aan het oude Axia dat door Cicero werd genoemd in de redevoering Pro Caecina. De stad bestond al in de archaïsche periode, zoals blijkt uit de vondst van enkele architectonische terracotta’s die dateren uit 550-530 v.Chr., die doen denken aan de vergelijkbare en veel bekendere platen die in Acquarossa zijn gevonden. De stad floreerde vooral vanaf de 4e eeuw v.Chr. als een kleinere nederzetting in het territorium van Tarquinia. In de 3e eeuw v.Chr. werd het gebied, zoals geheel het gebied, ingelijfd in het Romeinse rijk, maar dankzij de ligging tussen de Via Clodia en de Via Cassia bleef het een zekere welvaart genieten.
Vanaf de eerste keizertijd begon de neergang, tot de site in de late oudheid werd verlaten, om vervolgens opnieuw bewoond te worden in de vroege middeleeuwen. Langs de noordelijke flank van het dal tegenover het middeleeuwse kasteel is een aanzienlijk aantal graven met een gevel in drie orden geconcentreerd; de necropool was in gebruik vanaf de tweede helft van de 4e tot halverwege de 2e eeuw v.Chr. Tot de bekendste behoren het Grote Graf, genoemd naar zijn grote afmetingen en beroemd om de uitzonderlijke drie toegangsdeuren; met een van buiten met dakpannen gebeeldhouwd dak boven de voorgevelruimte, het Orioli-graf, van het type semidado met voorgevelruimte, daterend tussen halverwege de 3e eeuw v.Chr. en halverwege de 2e eeuw v.Chr., en het graf van de Tetnie, een familie bekend uit Vulci.
Informatie over de rotsnecropool van Castel d’Asso
Routebeschrijving vanaf S.P. Tuscanese,
01010 Viterbo (Viterbo)
https://www.provincia.vt.it/cultura/etruschi/homepage.html
Bron: MIBACT

