Net buiten Porta Maggiore in Rome, verborgen op zeven meter onder het huidige niveau van de Via Prenestina, ligt de Ondergrondse Basiliek, een bijzonder complex uit de 1e eeuw na Christus, dat per toeval in 1917 werd ontdekt.
Het is het oudste bekende voorbeeld van een basilicale structuur die tot nu toe in Rome is opgegraven, een plattegrond met drie beuken en aan het einde van de centrale een apsis, die een van de canonieke vormen van christelijke gebouwen zou worden. De Basiliek van Porta Maggiore is echter een heidense tempel, hoogstwaarschijnlijk gewijd aan de Pythagoreïsche cultussen, die nog steeds in mysterie gehuld zijn.
Het complex bestaat uit een toegangsgang, een vierkante vestibule met een tentgewelf doorboord door een glas-in-loodraam, en een hoofdzaal van het basilicale type, verdeeld door zes zuilen in drie beuken met tongewelven. Opvallend is de waardevolle decoratie van de miraculeus bewaarde stucscènes met mythologische taferelen, schilderingen en mozaïeken op de vloeren.

