De gang die toegang geeft tot de vier ruimtes van de begraafplaats toont bij de ingang de tekst Wij waren zoals jullie en jullie zullen zijn zoals wij. In elk van de kamers zijn de botten verzameld van ongeveer vierduizend monniken die zijn overleden in Rome in een periode van de zestiende eeuw tot 1870. De botten zijn gerangschikt in vrolijke kransen en decoratieve elementen, terwijl sommige skeletten zijn gekleed in de habijten van de monniken en geplaatst in nissen die ook uit botten zijn opgebouwd.
Men denkt dat de uitvoering van deze crypte te danken is aan een Fransman die ontsnapte aan de Terreur in de achttiende eeuw en die, eenmaal aangekomen in Rome, op deze manier wilde bezweren en symbolisch een einde wilde maken aan het Ancien Régime. Anderen zien er een vrijmetselaarskenmerk in, terwijl het mogelijk gewoon een werk van de Kapucijnen is als waarschuwing over de vergankelijkheid van het leven en het lichaam. Er wordt ook gezegd dat de aarde op de vloer van de kamers afkomstig is uit het Heilige Land.

