De tentoonstellingsgalerij van de Centrale Nationale Bibliotheek van Rome toont permanent de werken die zijn besteld na een prijsvraag uitgeschreven in 1970 volgens de L.717/1949, later gewijzigd door 237/1960, de zogenaamde “2%-wet”, waarbij bij de bouw van een overheidsgebouw een bedrag van ten minste 2% van de totale geraamde kosten moest worden gereserveerd voor de “verfraaiing” ervan met kunstwerken.
De oproep voorzag in zeven sculpturen in travertijn of peperijn en vier in metaal voor de tuinen; voor het interieur een groot beeldhouwwerk in metaal, drie wandtapijten en twee fresco’s. Deze werken werden gerealiseerd door belangrijke kunstenaars uit die tijd: voor de sculpturen Osvaldo Calò, Saverio D’Eugenio, Oreste Dequel, Silvio Olivio, Ariosto Trinchera, Luigi Venturini, Raul Vistoli, Franco Cannilla, Carlo Carchietti, Pietro Consagra, Augusto Vanarelli, Aldo Caron; voor de wandtapijten Afro en Capogrossi; voor de fresco’s Anna Romano, die ook het grote houten plafond voor de conferentiezaal maakte.
De huidige locatie van de bibliotheek vertegenwoordigt dus niet alleen een belangrijk maar tot nu toe weinig gewaardeerd moment van synthese van enkele stromingen in het architectuurdebat na de Tweede Wereldoorlog, maar is ook een drager van een “doorsnede” van de meest representatieve artistieke stromingen uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.

