De opgraving, uitgevoerd op een diepte van ongeveer 6 tot 10 meter onder straatniveau, bracht de resten aan het licht van een rechthoekige fontein met gemetselde inscripties die de naam van de godin vermeldden. Anna Perenna was een oude Romeinse godin van oorsprong, gevierd op de Iden van maart, de oorspronkelijke Romeinse nieuwjaarsdag, zoals ons wordt bevestigd door Ovidius in de Fasti.
De fontein lijkt minstens vanaf de 4e eeuw v.Chr. te bestaan en werd gebruikt tot de 6e eeuw n.Chr. In de achterliggende waterbak van de fontein werden in het ingedroogde modder verschillende voorwerpen gevonden die werden gebruikt voor magische praktijken en religieuze rituelen: loden plaatjes met vloeken, loden containers met antropomorfe figuurtjes, een koperen ketel en diverse munten en olielampen. Deze en andere objecten worden tegenwoordig bewaard in de Epigrafische Sectie van het Nationaal Romeins Museum bij de Thermen van Diocletianus.
Het bezoek aan de fontein wordt geïntroduceerd door een route die de topografie van het gebied in de Romeinse tijd beschrijft; deze begint bij een grot aan de voet van de Parioli-heuvels en vervolgt met de beschrijving van de resten van een Romeins gebouw, bewaard in het Auditorium.
De ontdekking van de magische rituelen die bij de fontein van Anna Perenna werden uitgevoerd, met de aanwezigheid van containers die hermetisch verzegeld waren en echte “voodoo poppen” in hun binnenkant, verandert volledig het perspectief en onze kennis over de relatie van de oudheid met de magisch-religieuze sfeer.
De aanwezigheid van echte professionele tovenaressen bij de fontein van Piazza Euclide biedt een nieuw inzicht in de relatie tussen de mens en de oude religiositeit.

