Maar Roscigno is geen spookdorp, de paden worden dagelijks bewandeld door boeren voor het werk op het land, en de huizen in betere staat zijn omgevormd tot opslagplaatsen voor gereedschap en stallen voor dieren; het plein is nog steeds een ontmoetingspunt voor veel oude bewoners, en je voelt in de lucht de verbondenheid die de mensen hebben met hun oude dorp.
Dit alles is voor de bezoeker buitengewoon boeiend en interessant: de traumatische geschiedenis, de gedwongen verhuizingen, de functionele transformaties van de huizen, de traditionele levens- en werkwijzen weerspiegelen zich in de bijzondere stedenbouwkundige structuur, de poorten, de ramen, de ijzeren balkonnetjes, de houten zolders en de muren van natuursteen.
Roscigno Vecchia is dus een spontaan museum geworden dat verschillende lagen historische documentatie verzamelt; het is geen plek waar simpelweg voorwerpen worden bewaard of een museum van kunstwerken of natuurhistorie: het is een “museum-stad”, een niet afgesloten ruimte binnen vier muren maar een openluchtmuseum, waarvan de grenzen alleen door de omliggende velden worden bepaald; een museum dat constant te bezoeken is, 24 uur per dag, 365 dagen per jaar, een plek van bezinning waar je een sfeer ademt die verbonden is met de biologische ritmes van de natuur. Voor de onderzoeker is Roscigno een “globaal document” van sociale geschiedenis, maar vooral een uitzonderlijk laboratorium voor culturele onderzoeksactiviteiten “en plein air”.

