In het licht van de lantaarns ontmoeten de personages elkaar op de straten van Sauris in Friuli-Venezia Giulia en wandelen ze samen, terwijl ze duidelijk gescheiden blijven tussen mooi en lelijk. Van de gewoonte om verlicht te worden door het warme en zwakke licht van de lonten komt de andere naam van het Carnaval van Sauris, ook bekend als “De nacht van de lantaarns“.
De kostuums zijn erg belangrijk bij het samenstellen van de personages, maar het kenmerkende van dit Carnaval is het houten masker op het gezicht.
De gemeenschap van Sauris heeft de oude traditie van het Sauriaanse Carnaval weer opgepakt, waarin de gebruiken en tradities van dit bijzondere Duitstalige eiland zijn behouden.
De voorstelling van het oude carnaval wordt gedomineerd door de typische figuren van de Rölar en de Kheirar, die de twee groepen maskers sturen: de mooie en de lelijke.
De “Rölar” is een magische en demonische figuur, met een gezicht zwart van roet, en waarschuwt de mensen zich voor te bereiden op het gemaskerde feest.
De “Kheirar” is de koning van de maskers: zijn gezicht verborgen achter een houten masker, draagt versleten kleren en heeft een bezem in zijn hand, die hij gebruikt om aan de deuren te kloppen van de huizen waar hij binnen wil komen.
Vanaf de vroege namiddag verzamelt zich onder leiding van deze twee hoofdfiguren in elk gehucht een optocht van “Scheintena schembln” (lelijke maskers, zo fantasierijk en grof mogelijk gekleed) en “Scheana schembln” (mooie maskers, met sierlijke lokale kleding), allemaal met het gezicht strikt bedekt met een doek of een houten masker.

