Hout, kurk, koper, zilver, textielvezels zijn de materialen waarvan vaardige handen kleine wonderen maken: gesneden houten meubels, keramiek, gevlochten manden, sieraden, tapijten, wandkleden, traditionele kostuums. Typisch voor Sant’Antioco is bijvoorbeeld het bewerken van bisso, de kostbare “zeezijde“, afgescheiden door de Pinna Nobilis, een met uitsterven bedreigde weekdier, waarvan de filamenten in textiel worden gebruikt, volgens een oud, maar rigoureus en arbeidsintensief proces. Op het eiland zijn prachtige handwerken te bewonderen in het Museum van Bisso, en in de werkplaats van de laatste ambachtsvrouw die deze kunst bewaart, Chiara Vigo.
Binnen de textielsector verdienen ook de producten van Giba en Villamassargia, in het binnenland van Sulcis, een vermelding. In hun winkels kun je gordijnen, kussens, handdoeken, bankhoezen, tapijten en ander prachtig huislinnen kopen, gemaakt door ambachtslieden die nog steeds horizontale handgetrokken weefgetouwen en traditionele technieken gebruiken, zoals die met pipiones, druiventrosmotieven.
Het Iglesiente, een regio met een sterke mijnbouwtraditie, onderscheidt zich door het hoge niveau van messenmakers, die ook door verzamelaars gewaardeerde stukken produceren, genaamd Arresoias (het typische herdersmes), waarvan het lemmet direct tussen aambeeld en hamer wordt gesmeed en gehard volgens technieken die iedere ambachtsman zorgvuldig bewaart.

