De regio is verdeeld in drie hoofdgebieden: het bergachtige gebied met de Centraal-Alpen en, in het bijzonder, de Monte Adamello, de Ortles en de Bernina. Iets zuidelijker loopt het af richting de Pre-Alpen die de schoonheid van het Lago Maggiore, het Gardameer, het Comomeer, het Iseomeer en het Idromeer omarmen. Ten slotte is er de Po-vlakte, die bijna de helft van de regio bestrijkt. Lombardije, rijk aan provincies (Milaan, Bergamo, Brescia, Cremona, Como, Lecco, Lodi, Pavia, Mantua, Varese en Sondrio), is met de wereld verbonden via de luchthavens van Linate en Malpensa, de belangrijkste luchthavens naast Orio al Serio.
De regio is een trekpleister voor toerisme in de Alpen, maar ook in de kunststeden, bezaaid met kerken, vestingen, kastelen en goed bewaarde historische gebouwen. Mantua is een parel van zeldzame schoonheid, een land van cultuur en kunstwerken, net als Bergamo Alta dat nog steeds de middeleeuwse stadsmuren rond het historische centrum behoudt. Ook Brescia is bijzonder, rijk aan geschiedenis en daarom ook aan monumenten uit de Romeinse tijd.

Zelfs Milaan, lange tijd alleen beschouwd als een zakelijke bestemming, biedt vele attracties voor toeristen: van het klassieke Dom met zijn Madonnina, tot de Navigli, het Sforza-kasteel, het La Scala theater, tot het intrigerende en leerzame Nationaal Museum voor Wetenschap en Technologie Leonardo da Vinci. En dan is er Cremona, met zijn middeleeuwse Piazza del Comune waar je de Dom, de Torrazzo, de Loggia dei Militi, het Baptisterium en het gemeentehuis kunt bewonderen.
Rijk aan natuurlijke schoonheid is de Valtellina met het beroemde Bormio, Livigno en Aprica. Tenslotte, voor een duik in het zeer verre verleden, zijn in Lombardije nog prehistorische rotstekeningen te bewonderen, aanwezig in Valcamonica. In deze regio is er dus van alles te beleven, afhankelijk van het soort vakantie dat men wil beleven.

