Hier worden de groepen gedurende vierentwintig uur de hoofdrolspelers van een zeer intense en verwachtingsvolle ceremonie: de processie is namelijk ongeveer twee kilometer lang; deze loopt door straten langs adellijke paleizen, religieuze gebouwen, bescheiden vissershuisjes en lijkt op een gigantische, kleurrijke slang die de Heilige Groepen volgt op het geluid van de fanfares, één per groep.
Hun beelden zijn ronduit prachtig: oud, van achttiende-eeuwse makelij; allemaal gemaakt van hout, doek en lijm, stellen ze het leven, de passie en de dood van Christus voor.

Deze vare, zoals ze ter plaatse genoemd worden, worden toevertrouwd aan de zorg van de zogenaamde ceti (de oude stadscorporaties) en trekken door tot de volgende dag, gedragen op de schouders door mannen die de annacata uitvoeren, een bijzondere ritmische pas die het hele gezelschap meegeeft.
Maar ’s nachts beleeft de processie haar meest sfeervolle momenten, met de schaduwen van de beelden die door het kaarslicht op de huizen aan de zeezijde worden geprojecteerd. Op zaterdagochtend keren de groepen, omringd door een menigte in kapuchons en gelovigen, terug naar de kerk van het Purgatorio, terwijl een regen van rozenblaadjes de menigte rondom de bedroefde Madonna overspoelt.

