De stad gelegen in het uiterste noordoosten van Brazilië heeft een duidelijke band met de christelijke traditie, te beginnen bij haar naam. De plaatsnaam Natal verwijst namelijk naar de christelijke geboorte, aangezien de stichting van de stad precies op 25 december (1599) plaatsvond. En bijna twee jaar eerder verbond een andere gebeurtenis de stad met de liturgische kalender: op 6 januari 1598 begon de bouw van het Fort van Natal, dat ook wel de Drie Koningen wordt genoemd. Het vestingwerk, dat bezocht kan worden, omvat een kapel met een centrale put, cellen voor gevangenen, slaapzalen voor soldaten, een eetzaal voor de kapitein en de commandanten, een muur voor executies en een geheime doorgang die exclusief voor de kapitein bestemd is.
Wat te zien in Natal
Aangekomen op de luchthaven van Natal, de dichtstbijzijnde van Zuid-Amerika tot het Europese continent, is een van de populairste toeristische programma’s de tour langs de hele kustlijn van Natal aan boord van de zogenaamde dune buggy, een auto die geschikt is voor het zanderige terrein.
Onder de vele stranden met zacht wit zand is zeker Ponta Negra het vermelden waard, dat een van de zenuwpunten van Natal is geworden, mede dankzij de vele restaurants waar je typische vis- en vleesgerechten kunt proeven. Nog fascinerender is Morro do Careca, aan het einde van Ponta Negra, waar zee, bergen en duinen samenkomen en een natuurspektakel bieden. Over de kust van Natal waakt de Farol da Mãe Luíza, een vuurtoren die nog steeds in gebruik is bij de Braziliaanse marine en die op zondagmiddag te bezoeken is.
Voor dierenliefhebbers is een bezoek aan het Aquarium van Natal een absolute aanrader, gelegen langs de weg van Redinha naar Jenipabu. Het instituut, opgericht en beheerd door een familie van gepensioneerde biologen en milieudeskundigen, herbergt ongeveer 60 mariene soorten (waaronder piranha’s, roggen en haaien) en dieren uit naburige ecosystemen (waaronder apen, slangen, schildpadden en hagedissen).

