Bovenop een zonnige heuveltop, die uitkijkt over de vallei van de Tiber, van de Clitunno en van de Topino; omringd door de Monti Martani en de Subasio (de berg van Assisi), is Montefalco een klein nest, niet van een adelaar, maar van een valk, zoals herinnert wordt door het wapen op de top van het stadhuis, dat niet alleen hulde brengt aan de prachtige panoramische ligging, maar ook aan zijn geschiedenis.
In de middeleeuwen was het stadje een van de bases van keizer Frederik II van Zwaben, die hier de valkerij beoefende. En uit de middeleeuwen is in Montefalco nog veel bewaard gebleven: de ronde muren afgewisseld met torens; de smalle en intrigerende straatjes; huizen en herenhuizen dicht op elkaar gebouwd, de oude wijken, de ateliers voor artistiek weven. Bij binnenkomst via de ommuurde poort van S. Agostino loopt men langs de hoofdstraat, corso Mameli, aan welke de eeuwenoude kerk van de Augustijnen ligt, met binnen imposante kapconstructies en kostbare fresco’s uit de 14e en 15e eeuw, en een aaneenschakeling van huizen en herenhuizen die de warme tinten hebben van de lokale steen (de zogenaamde San Terenziano) waarmee ze gebouwd zijn.
In enkele minuten bereikt men het grote, luchtige ronde plein van het gemeentehuis, dat domineert door het reusachtige stadhuis (uit 1270), verfraaid met een loggia uit de 15e eeuw en uitgerust met een toren met panoramisch terras, vanwaar het uitzicht zich over 360 graden uitstrekt en steeds achtereenvolgens Spoleto, Trevi, Foligno, Spello, Assisi en Perugia omvat.
Op het plein vindt dagelijks druk verkeer plaats, geholpen door uitnodigende wijnbars en restaurants (we bevinden ons in het land van de waardevolle Sagrantino), winkels met streekproducten en traditioneel ambacht. Maar het pronkstuk van Montefalco ligt op slechts enkele tientallen meters afstand, aan de Ringhiera dell’Umbria: de 14e-eeuwse Kerk-Museum van Sint Franciscus, waarin Benozzo Gozzoli in 1452 twaalf ontroerende taferelen uit het leven van de heilige heeft gefresco’schilderd in de apsis, waarmee hij de belangrijkste franciscanische schildercyclus na die van Giotto in Assisi heeft gecreëerd en een fundamentele stap zette in de overgang van laatgotische schilderkunst naar die van de vroege renaissance. Onder de vele schatten bewaart de kerk ook een schilderij uit de 16e eeuw van Perugino en in de kelders de oude wijnkelders van de franciscanen, die in 2006 voor het publiek werden opengesteld: men herkent duidelijk de stenen persbekkens voor de Sagrantino en de ruimte voor de persen. Een plaatselijk reglement uit 1692 noemde deze als de grootste van Montefalco.

