De kusten van Sardinië zijn hoog en rotsachtig aan de noordkant van het eiland, en worden zachter, lager en zanderiger naar het zuiden en westen; dit soort reliëf geldt ook voor het binnenland, dat bergachtiger is in het noorden met Punta la Marmora van het massief Gennargentu (1834 meter). In het zuiden strekt zich de vlakte van Campidano uit, die het landschap verzacht.
Erg mooi en bijzonder zijn de granieten rotsformaties die door de sterke winden die het eiland teisteren, zoals de Maestrale en de Scirocco, in de loop der eeuwen bijzondere vormen hebben gekregen, als immense natuurlijke sculpturen; voorbeelden hiervan zijn de Orso di Palau of de paddestoel van Arzachena.
Ook de ondergrond van Sardinië zit vol attracties, zowel voor de kustgrotten als voor de terrestrische grotten.

