Mykonos (in het Grieks Μύκονος en in het Italiaans Mìcono) wordt aan de noordwestkant geflankeerd door de eilanden Tinos en Syros , terwijl aan de zuidkant de eilanden Paros en Naxos haar ondersteunen. De kenmerkende eigenschap die Mykonos vroeger het meest onderscheidde van andere Griekse eilanden was de genereuze gastvrijheid die het vooral aan de homowereld bood. In de loop der tijd heeft het eiland vervolgens elke andere vorm van tolerantie omarmd. Tegenwoordig is dit exclusief ‘alternatieve’ karakter iets afgenomen ten opzichte van de gelukkige jaren ’80 en ’90, maar Mykonos heeft toch haar betoverende uitstraling van een kosmopolitisch eiland behouden.
Hier landen elk jaar duizenden bezoekers in elk seizoen. Het toeristische succes van Mykonos komt onder andere door haar warme klimaat, vooral in Mykonos Town. Bovendien wordt de zomer gekenmerkt door de afwezigheid van neerslag, hoewel men de significante temperatuurwisselingen tijdens de nachtelijke uren, vooral in de buitengebieden, niet mag vergeten. Een ander kenmerkend element van de zomer op Mykonos is de meltemi, een droge en frisse wind die meestal zwak is, ook al komen stormen op zee niet zelden voor.
Bij aankomst op Mykonos, via de luchthaven die het eiland verbindt met het vasteland van Griekenland en de rest van Europa, wordt men letterlijk betoverd door het landschap waarin men wordt ondergedompeld. Een droom die uitkomt. De iconische beelden van het eiland (en de rest van de Cycladen) die zo bewonderd worden in tijdschriften en op toeristische websites worden nu werkelijkheid voor de ogen: schitterende witte huisjes, betoverende molens en intrigerende smalle steegjes.

