In enkele jaren verzamelde Clelia Durazzo een aanzienlijk aantal planten, voornamelijk sierplanten, naast wetenschappelijke teksten en een herbarium met meer dan 5000 exemplaren. De academische wereld van de 19e eeuw, zowel nationaal als internationaal, erkende haar terecht grote verdiensten voor haar wetenschappelijke activiteiten. De twee negentiende-eeuwse kassen, door haar laten bouwen en later herbouwd door haar kleinzoon Ignazio Alessandro Pallavicini, vormen het meest verfijnde Genuese getuigenis van die botanische cultuur die de wetenschappelijke kringen van Genua rond de 18e en 19e eeuw kenmerkte en tot op de dag van vandaag het park architectonisch karakteriseert.
In 1928 werd de botanische tuin, samen met het paleis en het romantische park, aan de gemeente Genua geschonken en jarenlang ongeschikt gebruikt. Eind jaren ’70 werd hij opnieuw gewaardeerd en groeiden de botanische collecties aanzienlijk. Met de ingrepen van 2002-2004 is de botanische tuin eindelijk gerestaureerd en tegenwoordig zijn er verschillende collecties te zien, sommige opgesteld in bijzondere scenografieën zoals de woestijn, tropische bossen, veengebieden en moerassen. In zijn prachtige monumentale kassen worden varens, palmen en tropische planten van economisch belang gekweekt zoals cacao, cola, kaneel, banaan, maniok etc. Buiten bieden de educatieve collecties bezoekers de gelegenheid om dieper kennis te maken met bepaalde aspecten van de plantkunde zoals voortplanting, bladkleuren, geuren en gifstoffen.
Collecties rozen, camelia’s, bamboe en mediterrane planten bieden de mogelijkheid om deze plantengroepen van dichterbij te leren kennen. In de nieuwe kas gewijd aan reuzenwaterlelies is het mogelijk de Victoria cruziana te bewonderen.

