Het Museum van Rome in Trastevere is gevestigd in het voormalige klooster van Sant’Egidio, waar tot de val van Rome de ongeschoeide karmelieten woonden. Na restauratie werd het gebouw in 1976 de locatie van het Museum van Folklore en de Romeinse dichters, waar materialen werden bewaard die betrekking hadden op de volksgebruiken van Rome, afkomstig uit het Museum van Rome en de gemeentelijke prentenkabinet.
In 2000 werd het heropend voor het publiek onder de naam Museum van Rome in Trastevere. De nieuwe renovatie maakt een gebruik mogelijk dat beter aansluit bij de huidige museografische behoeften, en leent zich vooral voor het organiseren van tijdelijke tentoonstellingen, voornamelijk fotografie, evenals voor shows, conferenties en concerten.
De vaste collectie van het museum toont de belangrijkste aspecten van het Romeinse volksleven aan het eind van de achttiende en negentiende eeuw, gefilterd door de smaken en overtuigingen van de kunstenaars en folkloristen die het hebben vastgelegd. De meest voorkomende thema’s in de collectie zijn kostuums, volksdansen, seculiere en religieuze festivals, en ambachten.
De collectie omvat onder andere een verzameling schilderijen, prenten, tekeningen en aquarellen, waaronder een selectie uit de beroemde serie “Roma sparita” van Ettore Roesler Franz (Rome 1845 – 1907): een kerststal met negentiende-eeuwse Romeinse setting; zes naturalistische taferelen, beter bekend als De Romeinse Taferelen, die op ware grootte aspecten van het Romeinse volksleven in de negentiende eeuw weergeven.
Tot de museumcollectie behoren ook materialen die toebehoorden aan de grote dichter Trilussa (Rome 1871 – 1950), die na zijn dood aan de gemeente Rome zijn geschonken en deels tentoongesteld worden in de videoinstallatie genaamd de “Trilussa Kamer”.

