Barile, Maschito, Ginestra, San Costantino Albanese en San Paolo Albanese. Niet slechts een reeks gemeenten, maar een groep kleine dorpen in de provincie Potenza die een deel van hun geschiedenis delen.
Het zijn enkele van de dorpen in Zuid-Italië waar de aanwezigheid van Albanezen die van hun land zijn gevlucht, zoals tegenwoordig nog steeds gebeurt, nog zichtbaar is in de gebruiken en tradities van de mensen. Een vermenging die de onstuitbare loop van de tijd heeft doorstaan, maar niet het verdwijnen van tradities die nog steeds stevig verankerd liggen in de taal en herinneringen.
Barile, Maschito en Ginestra zijn drie nabijgelegen centra gelegen in een van de rijkste gebieden van Basilicata. Hier, in de Vulture, ontstaat een van de belangrijkste wijnen van de Italiaanse traditie: de Aglianico del Vulture.
In dit gebied van Basilicata, gekenmerkt door zachte heuvels vaak getekend door wijnranken en olijfbomen, vormen de drie kleine centra een ware attractie vanwege hun “albereshe” verleden (van Alber-Arber) en vanwege hun wijnkelders die in de rotsen zijn uitgehouwen als symbool van de ware verbinding tussen mens en natuur.
Aan de andere kant van deze kleine regio, naar het zuiden richting Calabrië en in het hart van het Pollino-park, bevinden zich twee andere kleine centra van Albanese etniciteit: San Costantino en San Paolo Albanese. Ook hier, hoewel de morfologie van het terrein de invloeden van buitenaf meer heeft bewaard omdat dit een meer binnenlands gebied is, begroet men de nieuwsgierige toerist met een groet in het oude Albanese dialect.

